Mark IV

E-type Mk2 Mark IV Jaguar replica Ural Moto Guzzi MAN DS VW SPARTA Diversen

 

Deze bladzijde is nog onder constructie

Home Mark IV Koets Mark IV mechanica Mark IV Historie Mark IV Brochures Mark IV Handboekje
De details van de restauratie van de koets van de Mark IV staan op deze pagina. Voor praatjes en plaatjes over de bewegende geoliede delen klikke men op de "mechanica" button links. Het plaatje rechts is eerlijk gezegd van een zes cilinder Mark IV, te herkennen aan de langere neus, maar uiteraard helemaal aan het 2x3 uitlaatspruitstuk.

De enorme chromen koplampen zijn compleet en zeer goed te restaureren. Het glas en de peertjes zijn niet meer de originele van vlak na de oorlog. Zijn waarschijnlijk vervangen door modernere toen strengere wetgeving van kracht werd.

De motorkap opent links en rechts door een lang scharnier over de hele lengte van de kap, en bovendien maakt een scharnier in elk van de kaphelften dat de openklapbare helften weer dubbel gevouwen kunnen worden. Aan elke kant zijn twee stevige draaidoppen die de kaphelften aan sterke beugels vastklampen. Helaas zijn er geen maatregelen genomen om te voorkomen dat de punten van de kappen tegen de koplampen aanbotsen. Er zitten dan ook lelijke deuken in de chromen bollen van de koplampen.

Bij dit model zijn de stadslichtjes aparte, verchroomde en terecht gestroomlijnde lampen .

De motorkap opent links en rechts door een lang scharnier over de hele lengte van de kap.

Het scharnier tussen linker en rechter motorkap is van eenvoudige constructie.

Twee draaiknoppen trekken aan elke kant de motorkap strak tegen stevige beugels. Complexer dan je zou denken, en na verchromen van de de draaiknop, zelfs met deze foto als richtlijn, verdraaid moeilijk weer in elkaar te krijgen. De houders zelf staan op oude foto's in glanzend gepoetst koper, en met geen spoor van chroom te vinden, blijven deze ook glanzend koper.

Al het houtwerk is compleet en in redelijke conditie. Het uistulpsel in het midden van het dashboard bevat het mechanisme om de voorruit te kunnen openen.

De hemel hangt er nog mooi bij, maar het suede green velours is enorm verschoten. Een origineel reservelapje, dat nog steeds bij de auto was, geeft een zachte groene kleur aan en dat hebben we als monster meegenomen naar een gordijnenzaak en acht nieuwe strekkende meters gekocht. In het alkoofje bij de achterbank zit een lichtje.

Alle vier de deuren openen op deze wijze. Het kleine slingertje is voor het tochtraampje, de grote voor het grote raam en de hendel voor het openen van de deur.

Het interieur heeft bakken vol met plenty patina. Het meubilair is met leer bekleed in "Suede Green". De hemel, deurpanelen en voetenschotten zijn bekleed met een zacht groen velours.

Het oranje richtingaanwijzerlampje is niet origineel, er hoort een uitklappend armpje met lampje te zitten.

Het velours van de hemel achter is met kleine kopspijkertjes op grof op maat gemaakte triplex strips gepijkerd, die weer met parkertjes aan de koets zijn vastgeschroefd. Op de foto is de stevige zwarte rubberen slang, nog in tip-top conditie, te zien die hemelwater opgevangen door het open dak, afvoert naar achteren buiten de koets. Deze slang is er niet de oorzaak van dat sommige delen onder en achter aan de auto minder goed bewaard zijn gebleven dan het merendeel van de Titanic, die een eeuw in zout water heeft gelegen.

De stuurnaaf bevat de schakelaars voor de toeter (de centrale schijf met de grote roestige veer), het dimmen van de koplampen (dat in 1946 nog daadwerkelijk een mechanische beweging van het koplamppeertje aan de kant van de tegenliggers inhield, maar nu helaas niet meer aanwezig), de richtingaanwijzers (die armpjes met lampje in de deurpost), maar ook de handmatige vervroeging van de ontsteking: een mechanische overbrenging van een draaibeweging van een van de verchroomde bolletjes, door de hele stuurstang heen, naar een bowdenkabel die de verdeler wat kan draaien. Wonderlijk genoeg wordt geen uitleg gegeven in het instructieboekje over hoe en wanneer het onstekingstijdstip veranderd dient te worden. De verdeler heeft wel een centrifugaal vervroegingssysteem, maar geen beinvloeding van het onstekingstijdstip door het vacuum achter de carburateur.

Het werkplaatshandboek geeft wel praktische tips hoe het geheel afgesteld moet worden: met het onstekingstijdstip ingesteld op 5 graden voor het bovenste dode punt, dient de afstelling zo ingesteld te worden dat, met het onstekinstijdstip manueel maximaal vervroegd, de motor net begint te pingelen als je het gaspedaal helemaal intrapt bij 2000 toeren met belasting. Duidelijke criteria, geen stroboscoop voor nodig.

Het mechaniekje van de dimschakelaar.

Het scharnier van een zonneklep bestaat uit vele delen. Een exploded view foto wordt gemaakt om later de boel weer correct in elkaar te kunnen zetten.

De versnellingspook.

De handel van de handrem, tussen de stoelen in gemonteerd met het palletje dat met een drukknop ontgrendeld kan worden. De handrem grijpt op de remtrommels van de achterwielen aan, met dezelfde remschoenen als het pedaal.

De nummerplaaat uit de vijftiger jaren zit achter een glazen ruitje.

Het Suede Green ameublement is verwijderd. Het leer lijkt goed genoeg om met de beloofde magische werking uit allerlei flesjes een extra dosis patina aan de auto te leveren.

Dit vooroorlogse model net na de oorlog gebouwd is een hybride: stalen apart chassis, koets geknutseld uit plaatstaal en hout, en dus zowel roest als houtworm. Over de kleuren die de wagen had verschillen de meningen. De erfgoedbeheerders van Jaguar verklaren onder ede dat de auto Lavender Grey de fabriek in 1946 verlaten heeft met een groen interieur. Dat laatste wordt bevestigd door eigen waarneming, maar het lila grijs kan nu maar met moeite gevonden worden op de auto.

Donker groen wel, en het afgrijselijke beige dat bovenop zit. Het kaal geschuurde deel (er zat daar een roestpuist) op de foto wordt omzoomd door een meniekleur, dus waarschijnlijk de eerste grondverflaag. Daaromheen zit een donkergrijze rand, zeer waarschijnlijk het mytische Lavender Grey. Daaroverheen zijn nog talloze andere lagen aangebracht, ook een lichtgrijze, en een heel lichtgrijze grondlak(?) en een mosgroene laag. De plekken waar deuken zijn gerepareerd met meniekleurige filler steken duidelijk af. De verschillende lagen lijken te zijn, vanaf het metaal: menie, lavender grey, lichtgrijs, donkergrijs, donkergroen, mosgroen, grijs, beige.

Ook de oorspronkelijke kleur van niet diect zichtbaar metaal is een zaak van verwarring en dispuut. Alle deskundigen zeggen dat alles altijd zwart was. Wederom, in realiteit is nergens zwart te vinden, maar wel een fleurig groen, ook op delen die sinds 1946 absoluut niet meer in de openbaarheid zijn geweest. Vooralsnog laat ik mij door mijn eigen bevindingen leiden: groen! Het ziet er overigens niet uit.

De benzinetank, met nog een drabbige vloeistof die naar benzine rook er in, is zoals alles: groen en dit lijkt het de enige verf ooit aangebracht op alles wat deze lichte kleur groen heeft, of het meer donkergroen met blauwe zweem op motorblok en chassisdelen, die toch echt nu voor het eerst weer aan de openbaarheid lijken te komen sinds voorjaar 1946. Een fraai verhaal dat ik gelezen heb, maar nu niet meer kan terugvinden, is dat de Jaguar fabriek die in de oorlog legermaterieel fabriceerde, nog vele drums met ongebruikte groene verf had staan. Jaguar directeur Lyons, een vermaard financieel beknibbelaar, zou eerst die oude voorraden groene verf hebben opgemaakt op onderdelen die toch uit het zicht waren. De rode binnenkant van de remankerplaten konden wel eens dezelfde achtergrond hebben: een nog overgebleven ton met rode verf opgesmeerd aan de binnenkant van de wielnaven, ziet toch niemand.

De voltregulateur en zekeringenblok zijn een geheel. Het kleinere, nog gesloten doosje eronder is de aparte zekering voor de sigarenaansteker.

ruitewissermotor

De dorpels zijn in zeer slechte staat. Onduidelijk is in hoeverre de delen allen origineel zijn, of al eerder vervangen of er extra bijgeschroefd. Sommig blik lijkt wonderlijke afwerking te hebben (zoals hier het blauw) met ruw gehakte gaten voor de spatborden. Hier mijn eerste zelfgefabriceerde carroseriedeel dat het middelste roest op de foto gaat vervangen. Recht toe recht aan en niet ontevreden.

De deurspijl tussen de twee deuren is gelast aan een steun die aan de chassisbalk is gebout. De oude steun is zo goed als weggerot, en een nieuwe begint al aardig erop te lijken. De vorm is later meer identiek gamaakt aan het origineel.

Het chassis is onder de koets uitgepiekeld. Een stevige beurt met de staalborstel op de haakse tol heeft het grove roest de ruimte ingeslingerd, en een nabehandeling met een roestoplosser geeft haast magische uitwerking. De ergste putjes met plamuur opgevuld en een eerste laag grondverf eroverheen om te zien hoe dat gaat. De vier deuren blijven op hun plaats getaped om de struktuur van de koets zoveel mogelijk steun te geven.



De verchroomde grill.

De grill is gaaf en compleet, weinig deuken maar moet compleet opnieuw verchroomd worden.

Het wit email logo is een behoorlijk zeldzame en het stripje eronder met 1 1/2 litre ontbreekt, maar een kiekje van het web laat zien hoe het eruit moet zien. Wie er nog eentje in een laatje heeft liggen, kan kontakt met mij opnemen. De zeshoekige vorm waar voorheen SS in werd gepast, is een beetje knullig met een ander vormpje opvuld. De oude voorraad aan gevleugelde radiatoremblemen moest blijkbaar eerst nog op.

De radiatordop met de springende jaguar is helaas weg maar heel adequaat vervangen door de deksel van een oude verfpot. Een namaakdop en een correcte "leaper" (met voor die tijd de juiste, net niet gestrekte achterpoten) is in Australie gevonden. Links foute leaper, rechts goede leaper.

De verchromerij weigerde de grill in zijn geheel onder handen te nemen. Daar was ik al bang voor omdat het perfect polijsten van alle spijlen natuurlijk niet goed gedaan kan worden zonder alles te demonteren en de verchromerij doet absoluut niets anders dan polijsten en verchromen. Al het uitdeuken, in- en uitelkaar zetten of lassen moet eerst elders gedaan worden. Zoals zoveel glimwerk van de Mark IV is het geheel van koper gemaakt, dat makkelijk te verchromen is, niet zo erg roest en eenvoudig met soldeer bewerkt kan worden.

De klinknageltjes waar de spijlen aan de onderkant aan de omlijsting vastzitten moesten weggeslepen worden.

Bovenaan zitten de spijlen met omgevouwen lipjes in een sub-frame, met aan de binnenkant grote klodders soldeer.

Halverwege zit een strip die de spijlen in toom houdt met alleen getordeerde lipjes als bevestigingsmethode, waarvan sommigen afbraken bij het losbuigen. De beugel rechts zit weer aan de omlijsting vastgesoldeerd.

De juiste maat koperen nageltjes heb ik uiteraard op de ijzerwarenstraat in Bangkok China Town kunnen vinden. Eerst een foto met m'n telefoon van een google pagina gemaakt waarop koperen nageltjes duidelijk te zien zijn, en dan maar in de eerste de beste ijzerwinkel laten zien, die je meteen naar de winkel door verwijst die alle maten van de wereld heeft, ook die ik nodig had. Honderd stuks kopen ging niet, wel een handje vol dat gewogen werd.

De spijlen eerst losjes op hun plek, nageltjes wat vaster kloppen, beugeltjes wat strakker vouwen.Als alles op de juiste plek zit alles vast timmeren resp. solderen.

Home